Interview met Pierre Morath

FREE TO RUN: wanneer de geschiedenis van een sport een hele generatie verlicht

Interview door Raphaël Chatterton

Op het eerste gezicht is het moeilijk om het verband te leggen tussen hardlopen en vrijheid. Wat wil dit zeggen: “lopen was niet altijd toegestaan”?

Het kan inderdaad ondenkbaar lijken maar we hebben moeten vechten voor het verkrijgen van het eenvoudige recht om te lopen. Dat basisrecht is dermate verworven, zo vanzelfsprekend vandaag, dat niemand eraan denkt dat minder dan veertig jaar geleden de vrouwen geen recht hadden om aan competitielopen te doen of dat mensen slecht werden bekeken als ze in de straten liepen. Toeschouwers die voor de eerste keer naar de film kijken, geloven hun ogen niet als ze vernemen dat de eerste Olympische marathon voor vrouwen plaatsvond in 1984… 1984, dat was gisteren! Dat is nog niet zo lang geleden, zelfs niet voor de jongsten onder ons.

En hoe verklaart u dat dit verhaal zo weinig bekend is?

Eens men iets verworven heeft vergeet men dat snel, denk ik. We leven in een tijdperk waarin het gevoel voor geschiedenis beetje bij beetje verloren gaat. De massa informatie daarentegen is volledig verzadigd. Ze is alsmaar overvloediger, wordt alsmaar sneller doorgegeven, herhaalt zich over een scala van verschillende media… Er is een heleboel informatie die beheerd moet worden en die blijft groeien, wat maakt dat de “harde schijf van de mensheid” op een gegeven moment verzadigd is. En onze roots, ons verleden, vergeten we geleidelijk ten behoeve van het nieuws. Nochtans is er niets belangrijker dan geschiedenis als je de problemen van onze tijd wil begrijpen en erop wil reageren. Er zijn landen waar de film vandaag vertoond zou moeten worden, juist omwille van zijn militant en avant-gardistisch aspect. Met name in die landen waar men individuen belet om zich uit te drukken, waar vrouwen en mannen niet gelijk worden behandeld, waar het verbod deel uitmaakt van het dagelijkse leven.

Men zou zich kunnen verwachten aan een heel andere film over de geschiedenis van het hardlopen. In “Free to Run” is er geen sprake van competitie, records, podiums waarop medailles worden uitgereikt…

Het is geen film over kampioenen. De kampioenen die je in de film ziet zijn de vectoren van iets groters. Je ziet Franck Shorter en Steve Prefontaine niet omdat ze medailles gewonnen hebben, maar omdat ze allebei het imago en de geschiedenis van het hardlopen hebben veranderd. Trouwens, veel van de hoofdpersonages van de film zijn erbarmelijke lopers. Het zijn mensen die gevochten hebben voor het recht om te lopen, die deelgenomen hebben aan de transformatie van de sport, maar die zelf bescheiden lopers zijn. Mijn film is alles behalve een film over prestatie. Toen men aan hardlopen deed voor die revolutie die ik nieuw leven wil inblazen, deed het er nauwelijks toe of je een kampioen was. Sommigen hebben “nee” gezegd en zijn beginnen lopen in de straat, op hun ritme, alleen, in de anonimiteit. En het zijn die mensen die de echte “kampioenen” van de film zijn.

Maar “Free to Run” blijft een sportfilm?

Ik denk het niet. Ik hoop oprecht dat deze film veel verder gaat dan louter het hardlopen. Mijn wens is trouwens dat deze film debatten losmaakt, zelfs in het schoolmilieu, dat hij het gemakkelijker maakt om vragen te stellen over essentiële dingen zoals individuele vrijheid, de evolutie van de westerse maatschappij sinds de Verlichting, de relatie tussen het individualisme en de massa, de plaats van de vrouwen of eender welke minderheid in een samenleving, enz.
Om eerlijk te zijn, als de mensen het gevoel hebben dat ze een film zien die over meer gaat dan de sport, misschien heb ik dan een beetje mijn gevecht als regisseur gewonnen. Ik zou zeggen dat de kampioenen in mijn film de dragers zijn van waarden die groter zijn dan henzelf. En ik zou hetzelfde zeggen over het thema: de sport is als een springplank naar meer sociologische en algemene thema’s.

Je voelt inderdaad die wil om de sport te gebruiken als een soort prisma om de sociale en economische evoluties van de afgelopen vijftig jaar te observeren. Heeft u die aanpak van in het begin overwogen?

Dat was mijn uitgangspunt. Ik hou van dat spiegeleffect dat men kan creëren tussen de maatschappij en de sport. Ik had dat trouwens al geschetst in mijn vorige films, of het nu in “Les Règles du Jeux” of in “Togo” was. In die films wordt de sport ook niet als een uniek object beschouwd, maar meer als een instrument dat dient om te mediteren over maatschappelijke onderwerpen. De sport is uiteindelijk slechts een voorwendsel, een levendig voorwendsel, dat zowel visueel als multidimensionaal toelaat om andere aspecten van het leven te belichten. En ik denk dat we met “Free to Run” en de geschiedenis van het hardlopen echt een vorm van volwassenheid in dat spiegeleffect bereikt hebben.

Hoe komt dat? Waarom belichaamt de geschiedenis van het hardlopen zo goed de afgelopen vijftig jaar?

Hardlopen, wat is dat in eerste instantie? Het is één van vele gebruiken die een hele generatie heeft toegelaten om zich als individu te bevestigen. Roger Robinson, een van de personages in de film, zegt het zo: “Het was een tijd waarin iedereen begon zijn ding te doen. Zijn ding doen, dat kon zijn naar Woodstock gaan, drugs nemen, betogen tegen de Vietnamoorlog, met een Volkswagenbusje naar Katmandoe vertrekken… Het wilde zeggen proberen op een andere manier te leven, proberen om een beetje de keten van de dertig glorieuze jaren te breken, opkomen tegen het autoritarisme, of het nu educatief, familiaal, patriarchaal of religieus was. En lopen maakte duidelijk deel uit van die dingen, juist omdat het werd afgekeurd of zelfs verboden door de goed denkende en conservatieve samenleving van die tijd. Het was het zoeken naar een ruimte voor individuele vrijheid.“

De werktitel van “Free to Run” was trouwens “On the Road”, een rechtstreekse hommage aan de roman van Jack Kerouac, een emblematische figuur van de Beat Generation.

Ja, in het begin stond het project onder die naam geregistreerd, juist omdat het als echo bedoeld was aan die Beat Generation. Maar ook omdat er onder die titel een tweede laag zat, een die deze keer rechtstreeks verbonden was met de liberaliseringsbeweging van het hardlopen. “On the Road”, dat is de beweging van de piste, opgesloten in een stadion, naar de weg. Deze keer gaat men naar buiten, men gaat openbare wegen nemen die veel onwaarschijnlijker, veel vrijer zijn, wegen die niet gedefinieerd zijn. Er zijn banen, kruispunten, wagens, mensen die niet lopen! “On the Road” was dus tegelijk een erfenis van de Beat Generation en een beeld om het te hebben over die ontwikkeling naar het lopen op wegen.

Maar uiteindelijk heet de film “Free to Run”.

Ja, omdat de dimensie van vrijheid meer en meer aan kracht en betekenis gewonnen heeft. Hoe verder het project vorderde, hoe meer die vrijheid zich bevestigde en legitiem werd als epicentrum van de film. En we hadden ook een titel nodig die ons herinnerde aan de beweging. “Free to Run” beantwoordde duidelijk aan dat criterium. De intonatie van die drie woorden als je ze naast elkaar plaatst, is als een rechtstreekse verwijzing naar die energie en dramaturgie van de beweging.

Hét artistieke medium van de beweging is juist de cinema. In de allereerste bewegende beelden uit de filmgeschiedenis zie je trouwens een man die aan het lopen is. Was er een beter artistiek medium om het verhaal van het hardlopen te vertellen?

Het is duidelijk een verhaal dat naar zichzelf kijkt. Het idee van de film kreeg ik trouwens dertien jaar geleden toen ik een boek aan het schrijven was over het dertigjarige bestaan van de Course de L’Escalade, de fameuze straatloop in Genève. Ik had toen geprobeerd om de geschiedenis van dat loopevenement te reconstrueren, om de oorsprong van zijn waarden en idealisme uit te leggen. En terwijl ik dat boek aan het schrijven was, zei ik tegen mezelf dat je een film kon maken over dat onderwerp. En wat je daar dan voor nodig had, waren archiefbeelden…

Over archiefbeelden gesproken, het lijkt alsof er een echt archeologisch werk is verricht om dit verhaal te illustreren.

Archieven, dat is iets kolossaal. Het budget voor die post bedroeg 500.000 dollar want je moet weten dat de verkoop en het gebruik van archiefbeelden een echte business is geworden voor de tv-zenders en de beeldarchieven. Voor het verkrijgen van de filmrechten van de Olympische archieven, begin je te onderhandelen op 20.000 dollar per minuut. Uiteindelijk lag er op de montagetafel een selectie van 600 verschillende archieffilms of ongeveer 6.000 minuten film… Het was een titanenwerk.

En zoals bij elke goede archeoloog stuitte je op een bepaald moment op een onverwachte ontdekking?

Die ongelooflijke ontdekking is een archiefbeeld over een evenement dat nochtans al vele malen vermeld is geweest: dat beroemde moment, in 1967, toen de directeur van de marathon van Boston Katherine Switzer achtervolgd heeft ter hoogte van het bord van twee mijl om haar rugnummer af te rukken en haar zo uit zijn wedstrijd te sluiten… Dat evenement is het startpunt geweest van de opstand van de vrouwen voor het recht om te lopen. Maar tot nu toe hadden we alleen maar foto’s ter illustratie… En nu wil het dat de Amerikaanse archivaris die op “Free to Run” werkte een film ontdekte, die bovendien in kleur was, in de archieven van de zender NBC… Op het moment dat je een dergelijk archiefbeeld ontdekt, voel je je een beetje als een kleine jongen die Egyptoloog wilde worden en het graf van Toetanchamon ontdekt. De film volgt een chronologische evolutie en sluit af in onze tijd. Vandaag is het praktisch onmogelijk om op straat te gaan wandelen zonder iemand tegen te komen die aan het joggen is. We lijken nochtans ver verwijderd van de mooie idealistische waarden van de jaren zestig….
We hebben veel dingen gewonnen; De vrijheid om te lopen is een verworvenheid, maar misschien hebben we in ruil ook iets verloren… We lopen niet meer op dezelfde manier. We hebben een zekere vorm van lichtheid en strijdbaarheid verloren bij het lopen. Veertig jaar geleden werd je met de vinger gewezen als je in de openbare ruimte liep. Vandaag word je met de vinger gewezen als je niet loopt. We zijn geëvolueerd van dat idealistische en rebelse lopen, het bevrijden van het lichaam, de geest en de burgerrechten, tot een soort hypergezondheidsleer die behoort tot de orde van de politieke correctheid. Vandaag moet je goed, mooi en dun zijn, moet je een goede gezondheid en een roze teint hebben, moet je sporten, hardlopen … Vroeger vochten we tegen de flagrante schendingen van de vrijheid. Vandaag worden we geconfronteerd met een veel sterkere macht omdat ze veel subtieler is. Door de wijd verspreide beoefening werd het hardlopen blootgesteld aan zogenoemde ‘recuperatie’, de sport werd als het ware de kip met de gouden eieren voor de handelaars van deze tijd.

Vreest u niet de hedendaagse lopers teleur te stellen of een schuldgevoel aan te praten met dergelijke ontnuchterende conclusie?

We hebben ons die vraag vaak gesteld. Maar ik ben ervan overtuigd dat het een boodschap is die nodig is voor de opbouw van “Free to Run”. We willen niet met de vinger wijzen, maar eerder uitnodigen tot nadenken over het waardenconflict. Ik word ook zelf met een aantal paradoxen geconfronteerd betreffende dat waardenconflict: ik ben sporthistoricus, maar ik heb sportwinkels en ik verkoop loopschoenen. Het belangrijkste is dat we ons bewust zijn van de situatie, dat we weten vanwaar we komen om misschien uiteindelijk de meest authentieke manier van het lopen te herontdekken. Ook al hebben we te maken met een vorm van recuperatie van deze sport, er blijft altijd de daad op zich, het lopen voor jezelf. En daar kan je geen tijd of leeftijd op plakken, dat is persoonlijk en tijdloos.

FreeToRun Spir 51 Kathrine SWITZER
FreeToRun Spir 53
FreeToRun Spir 54
FreeToRun Spir 55
FreeToRun Spir 56
FreeToRun Spir 57
Cookies stellen ons in staat om u onze diensten gemakkelijker te bieden. Door gebruik te maken van onze diensten machtigt u ons om cookies te gebruiken.
Ok